Iedere inwoner kent het Burgemeester Loeffplein in het hart van de stad, maar wie was de man naar wie dit plein is vernoemd? Hendrik Joseph Maria Loeff (1895–1973) was een invloedrijke Brabantse bestuurder die een cruciale rol speelde in de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Een historische duik in het leven van een klassieke carrièreburgemeester met een bewogen verleden.
Van advocaat tot daadkrachtige burgervader
Hendrik Loeff, telg uit een vooraanstaand bestuurdersgeslacht uit de regio Heusden, begon zijn loopbaan in de advocatuur. Na het afronden van zijn rechtenstudie vestigde hij zich in 1920 als advocaat en procureur in onze stad, waar hij onder meer als plaatsvervangend kantonrechter werkte. Het bestuurlijke bloed kroop echter waar het niet gaan kon. In 1923 werd hij benoemd tot burgemeester van Drunen, een gemeente die destijds zwaar leed onder de economische depressie. Loeff viel op door zijn daadkracht en betrokkenheid bij de lokale bevolking, en zette zich onvermoeibaar in voor de worstelende landbouwsector.
Zware oorlogsjaren in Vught
In 1930 zette Loeff de volgende stap in zijn carrière en werd hij burgemeester van Vught. Onder zijn leiding breidde het dorp flink uit, zonder het landelijke karakter te verliezen. Zijn ambtstermijn kreeg echter een gitzwarte wending tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bouw van Kamp Vught in 1942. Loeff stond machteloos tegenover de verschrikkingen van de Duitse bezetter, maar bleef zo lang mogelijk op zijn post om de gemeenschap te besturen te midden van oplopende spanningen. In juni 1944 werd hij uiteindelijk door de bezetter ontslagen, om na de bevrijding direct in ere te worden hersteld.
Wederopbouw van de Brabantse hoofdstad
Zijn grootste bestuurlijke stempel drukte Loeff uiteindelijk op onze eigen stad. Vlak na de bevrijding in oktober 1944, waarbij veel burgers omkwamen en talloze gebouwen werden verwoest, werd hij in november van dat jaar benoemd tot waarnemend burgemeester. In oktober 1945 werd zijn aanstelling definitief. Tot 1960 gaf hij leiding aan de immense taak van de wederopbouw. Hij wist de zwaar gehavende stad niet alleen te herbouwen, maar ook klaar te stomen voor economische expansie en modernisering.
Scherp zakelijk inzicht
Hoe proactief Loeff te werk ging om de lokale economie aan te jagen, bleek wel in de jaren vijftig. Toen de Nieuwkuijkse kruideniersgroothandel Van Mol-Pauwels wilde uitbreiden en vastliep in regionale en provinciale bureaucratie, greep Loeff zijn kans. Achter de schermen wist de burgemeester het succesvolle bedrijf te verleiden tot een verhuizing naar de Parallelweg. In 1954 legde hij daar zelf de eerste steen voor de nieuwbouw. Bij die gelegenheid werd een oorkonde ingemetseld waarin hij werd geprezen voor het brengen van ‘grootser ontwikkeling, luister en welvaart’.
Bij zijn afscheid in 1960 werd Hendrik Loeff voor zijn onvermoeibare inzet benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het Burgemeester Loeffplein blijft tot op de dag van vandaag een prominente herinnering aan de man die de stad door een van haar meest uitdagende periodes loodste.







