Mei is traditiegetrouw de maand van de Europese voetbalfinales. Terwijl voetballiefhebbers zich opmaken voor de ontknopingen van dit seizoen in 2026, blikt oud-profvoetballer Jaap Bos terug op een stuk opmerkelijke voetbalhistorie. De voormalig rechtsbuiten stond in 1975 in de UEFA-cupfinale met FC Twente, maar zijn weg naar de top kent ook een opvallend raakvlak met de voetbalhistorie uit onze eigen regio.
Promotie achter FC Den Bosch
De in Emmen geboren Bos kende een bliksemstart van zijn carrière. Na te zijn gescout door de KNVB, belandde hij in 1970 bij GVAV, de voorloper van FC Groningen. In het seizoen 1970/1971 maakte de toen pas 17-jarige Bos zijn debuut. Het werd een memorabel jaar voor de noorderlingen, maar ook voor onze eigen stad. Terwijl GVAV knap tweede werd en zo promotie naar de Eredivisie afdwong, was het FC Den Bosch dat dat jaar de absolute kroon spande en als kampioen de Eerste Divisie afsloot. Het bleek voor Bos de opmaat naar een bewogen loopbaan op het hoogste niveau.
Schoppende Italianen
In 1974 maakte de snelle en technisch vaardige aanvaller de overstap naar het destijds hoog aangeschreven FC Twente. De club beschikte over een gouden generatie met spelers als Frans Thijssen, Epi Drost en Theo Pahlplatz. Het absolute hoogtepunt, maar tevens een bron van bizarre anekdotes, vormde de Europese campagne van 1975.
In de halve finale van de UEFA-cup werd het grote Juventus getroffen. Ondanks een team vol latere wereldkampioenen zoals Dino Zoff en Gaetano Scirea, lieten de Italianen zich van hun slechtste kant zien. Bos herinnert zich de tegenstander als meedogenloos. ‘Verschrikkelijke schoppers waren het,’ aldus de oud-speler. ‘Je kreeg constant trappen of werd aan je shirt getrokken.’ Toch won Twente beide duels, waarbij het roemruchte Italiaanse elftal in Turijn door het eigen publiek werd uitgefloten en voor ‘nietsnutten’ werd uitgemaakt.
Politie-inval voor de finale
De finale tegen het West-Duitse Borussia Mönchengladbach, dat in die tijd domineerde in Europa, kende een voorbereiding die tegenwoordig volstrekt ondenkbaar is. De UEFA-cupfinale bestond destijds nog uit een uit- en een thuiswedstrijd. Voorafgaand aan het duel in Duitsland voltrok zich een waar drama in het spelershotel van de Tukkers.
Slechts enkele uren voor de aftrap werd Twente-doelman Volkmar Gross van zijn bed gelicht door de Duitse politie en een deurwaarder. Twee van zijn ex-vrouwen eisten per direct 28.000 Duitse mark aan achterstallige alimentatie. Omdat de banken gesloten waren, leek de doelman wegens een gijzelingsbevel de wedstrijd te moeten missen. In een uniek staaltje sportiviteit boden de tegenstander Borussia Mönchengladbach en de hoteleigenaar uitkomst. De Duitse club schreef een cheque uit en dankzij de connecties van de hotelier werden de kluisdeuren van de lokale bank alsnog geopend. Gross speelde vervolgens een uitmuntende wedstrijd, die knap in 0-0 eindigde.
Een vriendenploeg zonder hoofdprijs
Helaas mocht het heroïsche uitduel niet baten. Tijdens de return in Enschede bleken de Duitsers veel te sterk. Binnen tien minuten was de droom voorbij door doelpunten van Allan Simonsen en sterspeler Jupp Heynckes. Uiteindelijk verloor Twente de finale met 1-5. Datzelfde seizoen liep de ploeg ook de KNVB-beker mis na een nipte nederlaag tegen FC Den Haag in De Kuip.
Ondanks het uitblijven van de grote prijzen en een carrière die mede werd geremd door blessureleed, zoals een hardnekkige meniscusblessure, kijkt Bos zonder wrok terug op zijn jaren als prof. Het besef deel uit te hebben gemaakt van een hechte vriendenploeg en de wetenschap dat ze konden wedijveren met de absolute top van Europa, overheerst. Een imposante loopbaan die begon in het kielzog van het succesjaar van FC Den Bosch, leverde zo een onuitwisbare bijdrage aan de Nederlandse voetbalhistorie.







