DEN BOSCH – Een 26-jarige man uit Den Bosch, Houssine el A., is door de politie aangemerkt als een van de hoofdverdachten in een omvangrijk internationaal onderzoek naar plofkraken. Samen met een kompaan uit Amsterdam en een groep buitenlandse criminelen zou hij verantwoordelijk zijn voor een spoor van vernieling door Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Recente internationale politieacties in april van dit jaar hebben de bende een zware slag toegebracht.
Ravages over de grens
De arrestatie van de Bosschenaar volgt op een wilde nacht op 4 december vorig jaar. In het Zwitserse plaatsje Gland, gelegen aan het Meer van Genève, bliezen in het zwart geklede mannen met grof geweld een geldautomaat van een bank op. Na de kraak sloegen de daders op de vlucht in een gestolen, pijlsnelle Audi RS5. De vluchtauto werd via het cameranetwerk door de Zwitserse en Franse politie gemonitord, waarna bleek dat de daders koers zetten richting Nederland.
Uiteindelijk liep de Bossche verdachte op de Nederlandse A2 tegen de lamp. De politie zette daar in de vroege ochtend een met 140 kilometer per uur racende taxi aan de kant. In de auto zaten Houssine el A. en de 39-jarige Amsterdammer Younes G. Tijdens een doorzoeking vonden agenten onder de achterbank en het dashboard zo’n 50.000 Zwitserse frank (omgerekend ruim 55.000 euro) in contanten. De buit en de snelle vluchtauto, die later onder een hoes werd teruggevonden in het Brabantse Rucphen, verbonden het duo direct aan de Zwitserse kraak.
Plofkraken als Nederlands exportproduct
Dat Nederlandse criminelen, waaronder regiogebonden bendes uit Den Bosch, Amsterdam en Utrecht, de grens overtrekken is inmiddels een berucht fenomeen. Omdat Nederlandse geldautomaten de afgelopen jaren steeds beter zijn beveiligd met inktpatronen, verplaatste het probleem zich in eerste instantie naar buurland Duitsland. Daar is het gebruik van contant geld nog veel gangbaarder en waren de automaten lange tijd minder goed beschermd.
De tentakels van de bendes reiken inmiddels nog verder Europa in. De groep rondom de Bossche verdachte had een nieuwe uitvalsbasis opgebouwd in de Noord-Franse stad Straatsburg. In ruil voor hand-en-spandiensten, zoals het observeren van grensovergangen, leerden de Nederlanders daar een grote groep Franse criminelen de fijne kneepjes van het ‘ploffen’. Bij deze levensgevaarlijke methode worden zogenoemde fasiapakketten – gemaakt van zwaar vuurwerk en aluminiumpoeder – gebruikt om de kluizen open te rijten.
Internationaal team grijpt in
Om deze georganiseerde, grensoverschrijdende misdaad te stoppen, is een Joint Investigation Team (JIT) in het leven geroepen. Hierin werken de Nederlandse opsporingsdiensten nauw samen met autoriteiten uit Frankrijk, Zwitserland, Duitsland en instanties als Europol en Eurojust. Deze samenwerking wierp afgelopen maand duidelijk zijn vruchten af.
In een gecoördineerde internationale actie op 14, 15 en 22 april werden nog eens negen medeverdachten aangehouden voor zeker tien plofkraken. Op vijftien verschillende locaties vonden huiszoekingen plaats, waarbij grote contante geldbedragen, voertuigen en drugs in beslag werden genomen. Justitie hoopt met de grootschalige arrestaties een luid en duidelijk signaal af te geven: de tijd dat plofkrakers ongestraft van land naar land konden trekken, is voorbij.







