Tijdens een recent rondetafelgesprek over de staat van de regionale nachtcultuur is er met bewondering gekeken naar de aanpak in onder meer Den Bosch. Waar het nachtleven in omliggende steden steeds verder verschraalt en initiatieven moeite hebben om te overleven, werd de Bossche nachtcultuur tijdens talkshow Café de Brabander aangehaald als een positief voorbeeld van hoe het ook kan.
Zorgen over verschraling
In veel Brabantse steden staat de nachtcultuur onder grote druk. Structurele aandacht en financiering ontbreken vaak, waardoor het uitgaansleven dreigt in te dutten. Dit bleek uit het gesprek tussen kenners van het nachtleven, waaronder journalist Rens van de Plas, clubeigenaar Erwin Schellekens en programmeurs Brian Oomens en Chiara Riboch. Tijdens de talkshow werd geconstateerd dat de nachtcultuur lokaal te vaak onderaan de prioriteitenlijst van gemeenten bungelt.
“De nachtcultuur ligt gewoon te laag op de stapel,” aldus Erwin Schellekens, een ervaren clubeigenaar. Hij benadrukt dat vooral de broedplaatsfunctie, waar nieuwe makers en artiesten een kans krijgen om zichzelf te ontwikkelen, momenteel het kind van de rekening is. Terwijl steden als Den Bosch, Eindhoven en Utrecht volop het gesprek aangaan en ruimte bieden aan nachtcultuur, blijft passend beleid op andere plekken in de provincie zorgwekkend achter.
Broedplaatsen en experimenten onder druk
Schellekens ervaart de problemen in de sector aan den lijve. Een recente poging om met de tijdelijke pop-up Club DEMO een alternatieve plek voor gelijkgestemden te creëren, liep uit op een teleurstelling. Ondanks gratis entree in de beginfase en verlaagde bierprijzen, bleek het initiatief financieel niet rendabel te houden en moesten de deuren noodgedwongen sluiten. Het resultaat van dergelijke sluitingen is een generatie jongeren die bij gebrek aan unieke clubs en culturele broedplaatsen noodgedwongen naar reguliere horecazaken uitwijkt.
Nachtleven als beschermd erfgoed
Toch is het niet louter pessimisme wat de klok slaat. Brian Oomens, erfgoedspecialist en cultuurprogrammeur, waarschuwt ervoor niet in paniek te raken wanneer experimenten in het nachtleven sneuvelen. Volgens hem is cultuur onlosmakelijk verbonden met de mens en zal er, in welke hoedanigheid dan ook, altijd een vorm van nachtcultuur blijven bestaan.
Oomens pleit er voor om de nachtcultuur veel meer als immaterieel erfgoed te benaderen. Hoewel de term ‘erfgoed’ bij velen beelden oproept van historische gebouwen, heeft de nachtcultuur in Nederland wel degelijk een beschermde status. Een status die regionale overheden zou moeten aansporen om, in navolging van succesvolle voorbeelden zoals de gemeente Den Bosch, hun nachtelijke culturele landschap beter te koesteren en te beschermen.







