DEN BOSCH – De hockeysters van Den Bosch grepen woensdag net naast de landstitel. In een zenuwslopende finale bleek Amsterdam na shoot-outs nipt te sterk. Wie echter een gebroken ploeg verwachtte, kwam bedrogen uit. Aanvoerder Pien Sanders (27) staat met lege handen, maar kijkt met een enorm gevoel van trots terug op een loodzwaar en bewogen hockeyjaar.
“Ik vind het uiteraard enorm balen om te verliezen”, reageert Sanders na afloop van de eindstrijd. De aanvoerder zag haar ploeg een groot deel van de wedstrijd domineren, maar een zwakke fase in het derde kwart deed de ploeg de das om. Amsterdam bleek in die korte periode van nog geen tien minuten dodelijk effectief. Toch weigert de captain bij de pakken neer te zitten na de verloren penaltyreeks. Ze prijst vooral de veerkracht van haar team, dat dit jaar van heel ver moest komen.
Turbulent seizoen vol blessureleed
Achter de verloren finale schuilt een seizoen waarin de Bossche formatie zelden in volledige bezetting op het veld stond. De ploeg moest door een ware blessuregolf voortdurend improviseren en vaste patronen loslaten. Grote namen als Emma Reijnen, Maartje Krekelaar, Romee Joosten, Anouk Brouwer en keepster Josine Koning stonden kortere of langere tijd aan de kant. Vooral het gemis van de tactisch ijzersterke Laura Nunnink, die het hele seizoen moest toekijken, was een flinke aderlating voor het team.
In de eerste seizoenshelft resulteerde deze fysieke tegenslag in voor Bossche begrippen ongekend puntverlies. Tegen concurrenten Amsterdam en Bloemendaal werd nipt verloren, bij laagvlieger Rotterdam werd onverwacht gelijkgespeeld en ook op bezoek bij Kampong liep de regerend grootmacht flinke averij op. Zekerheden verdwenen en de ploeg leek zoekende.
Mentale reset in de winterstop
Tijdens de winterstop vond er een broodnodige reset plaats. Verschillende speelsters kampten met fysieke en mentale vermoeidheid, mede doordat privézaken, studie en blessureleed door elkaar liepen. Ook Sanders, normaal gesproken de absolute kartrekker op het veld, gaf aan dat het vuurtje even gedoofd was. De aanvoerder besloot in overleg met de staf van Oranje zelfs een belangrijke Pro League-trip naar Argentinië over te slaan om mentaal te herstellen.
“Na de winterstop hebben we tegen elkaar gezegd: als je op het veld staat, ben je honderd procent met de club bezig”, legt Sanders uit. De open communicatie en de nieuwe afspraken wierpen direct hun vruchten af. Het vuur kwam terug bij de captain en de chemie keerde terug in het elftal. In de laatste twaalf duels van de reguliere competitie werden maar liefst elf overwinningen geboekt, wat de ploeg op karakter alsnog naar de finale loodste.
Liefde voor de club
Hoewel de gouden medaille uiteindelijk naar de hoofdstad ging, kijkt Sanders vol liefde naar haar team en de Bossche club. De wederopstanding in de tweede seizoenshelft voelt voor de captain als een overwinning op zich. “Ik heb dingen gezien die absoluut prijswaardig zijn. Het is niet des Den Bosch om hier zonder gouden plak te staan, maar ik ben simpelweg enorm trots. Elke keer als ik hier op de club stap, met de vrijwilligers en vooral met dit team; dat is het allermooiste wat er is. Daar wil ik het liefst nog jaren mee doorgaan.”







