DEN BOSCH – In het Design Museum is de tentoonstelling ‘Vorm en vaderland’ geopend. De expositie neemt bezoekers mee in de geschiedenis en de vormgeving van de natiestaat. Alhoewel het museum de ontstaansgeschiedenis van nationalisme uitgebreid in beeld brengt, klinkt er vanuit lokale recensenten inmiddels ook kritiek: de tentoonstelling zou de gevaarlijke kanten van het onderwerp te veel uit de weg gaan.
Het ontwerpen van een eenheid
In de negentiende eeuw ontstond wereldwijd het idee van de natiestaat: één volk, verenigd in één soevereine staat met harde grenzen. Volgens dit gedachtegoed delen burgers bij voorkeur dezelfde taal, cultuur en religie. Omdat dit in de praktijk zelden van nature het geval is, moest deze eenheid doelbewust worden gecreëerd. De tentoonstelling in het Design Museum laat zien hoe dit proces van cultureel ‘design’ in zijn werk ging. Vanaf de Franse Revolutie werd er actief gestuurd op het leren van de standaardtaal, gemeenschappelijk onderwijs en een gedeelde heldengeschiedenis.
Daarnaast toont de expositie hoe regionale volksgebruiken werden omgevormd tot eeuwenoude nationale tradities, zoals klompendansen. Bezoekers zien onder meer hoe overheden nationale klederdrachten bedachten, met voorbeelden uit Noorwegen en Bhutan. Ook de vormgeving van vlaggen, munten en postzegels speelde historisch een cruciale rol in het uitdragen van een nationale identiteit.
Van de Sami tot fantasiestaten
Naast de traditionele staten besteedt het museum aandacht aan minderheidsgroepen die zichzelf als een onafhankelijk volk beschouwen. Hierbij is er ruimte voor de succesvolle taalpolitiek in Wales en de cultuur van de Sami in Noord-Scandinavië. Een opvallend onderdeel van de expositie is verder gewijd aan zogeheten fantasiestaten en verzonnen talen, variërend van Esperanto tot het Klingon. Ook het verhaal van Garry Davis, die in 1948 in Parijs zijn Amerikaanse nationaliteit opgaf om wereldburger te worden, komt aan bod.
Kritiek op veilige keuzes
Ondanks het brede overzicht klinkt er kritiek op de inhoudelijke keuzes van het museum. Cultuurcritici omschrijven de expositie als onderhoudend, maar deels oppervlakkig. Critici missen de nadruk op de schaduwzijde van nationalisme, een ideologie die historisch gezien vaak tot uitsluiting en conflict heeft geleid door het creëren van een harde ‘wij-zij’-tegenstelling.
Daarnaast wordt het museum verweten op safe te spelen bij het belichten van volkeren zonder eigen staat. Waar groepen als de Sami wel worden getoond, ontbreekt de aandacht voor meer beladen groepen die momenteel strijden voor erkenning en zelfstandigheid, zoals de Tibetanen, Oeigoeren, Koerden of Palestijnen. Volgens recensenten blijft de expositie hierdoor iets te veel lijken op een weergave van feiten, zonder de bezoeker een kritische spiegel voor te houden over de huidige gevaren van extreem nationalisme.
De expositie ‘Vorm en vaderland’ is nog tot en met 20 september 2026 te bezoeken in het Design Museum in Den Bosch.







