De politiek in Almere moet dringend werk maken van een betere bestuurscultuur. Die waarschuwing uit oud-wethouder Roelie Bosch in het licht van de huidige collegeonderhandelingen dit voorjaar. Volgens Bosch is er fundamenteel iets mis met de manier waarop de gemeenteraad en wethouders met elkaar omgaan, waardoor wethouders aan de lopende band voortijdig sneuvelen.
Slechte reputatie
Dat de bestuurlijke stabiliteit in de stad te wensen overlaat, is geen nieuw gegeven. Eind vorig jaar bestempelde vakblad Binnenlands Bestuur Almere nog als de ‘grootste probleemgemeente voor wethouders’. Sinds 2002 kregen maar liefst 24 wethouders te maken met een politieke vertrouwensbreuk. Ook Bosch (ChristenUnie) legde in januari 2024 noodgedwongen haar functie neer, omdat zij naar eigen zeggen onvoldoende politieke steun ervoer.
Overlevingsstand
In het programma Over Flevoland Gesproken analyseert Bosch het huidige politieke klimaat. Volgens haar is het principe dat de gemeenteraad het hoogste orgaan is, veel te ver doorgeschoten. “Een raadslid wil bijna op de stoel van de wethouder zitten”, stelt de oud-wethouder. De aanhoudende profileringsdrang en bemoeienis met details zorgen ervoor dat bestuurders zich continu opgejaagd voelen. Een oud-collega omschreef het destijds als ‘leven van donderdag naar donderdag’, verwijzend naar de wekelijkse politieke markt. Deze constante overlevingsstand staat volgens Bosch een zorgvuldige langetermijnvisie in de weg.
Cultuur boven inhoud
Daarnaast ontbreekt het binnen het college van burgemeester en wethouders vaak aan een collegiale houding. Wethouders lijken zich voornamelijk te richten op partijbelangen in plaats van als één team te opereren. Bosch, die inmiddels trainingen geeft aan wethouders, adviseert de formerende partijen dan ook om de bestuurscultuur topprioriteit te maken. “Je kan opschrijven wat je wil, dat is eigenlijk nog het makkelijkst. Bestuurscultuur is uiteindelijk nog veel belangrijker dan wat je qua inhoud met elkaar afspreekt”, besluit zij.







