De grote natuurbrand op het militaire oefenterrein bij ’t Harde heeft de afgelopen week het uiterste gevergd van de hulpdiensten. Honderden brandweerlieden werkten onafgebroken om de vuurzee op de Veluwe onder controle te krijgen. Onder hen was de 40-jarige brandweerman Karel van den Bosch uit Oldebroek, die terugkijkt op een loodzware inzet.
Intense strijd
Dagenlang was Van den Bosch met zijn collega’s in touw om het oprukkende vuur te bestrijden. De ravage die de natuurbrand achterliet, maakte diepe indruk op de hulpverleners. “We reden door een maanlandschap,” vertelt hij over het verwoeste gebied. Ondanks de uitputting wist hij de focus te behouden: “De adrenaline hield me heel scherp.”
Wind als grootste vijand
Natuurbrandexpert Gerrit Veldman zag woensdag met eigen ogen hoe de situatie escaleerde. Hij benadrukt dat de wind de grootste vijand is bij dit soort branden. Het vuur werd dusdanig aangewakkerd dat de vlammen hoog in de boomtoppen sloegen.
Voor oud-brandweerman Gerrit Companjen roept de huidige situatie herinneringen op aan 1970. Ook toen woedde er een immense brand op oefenterrein ’t Harde. “We hoorden een huilend geluid tussen de bomen,” vertelt Companjen over die bewuste dag, waarbij de vlammen zo hoog oplaaiden dat het vuur zelfs over de snelweg vloog.
Tactiek op de flanken
Het bestrijden van een natuurbrand van deze omvang vereist een speciale tactiek, stelt kenner Edwin Kok. Frontaal aanvallen is bij een snel om zich heen grijpend vuur vaak onbegonnen werk en levensgevaarlijk. “Als een vuur zich razendsnel verspreidt, richten we ons niet meer op de voorkant, maar op de flanken,” legt Kok uit. Door deze strategische aanpak proberen de brandweerkorpsen de vuurzee geleidelijk in te sluiten en verder gevaar af te wenden.







